Achtergrondinformatie 

Privatisering Ambulancedienst Zuid-Limburg


De bestaande situatie

De ambulancezorg in Nederland wordt regionaal geregeld. Waaronder de regio’s Zuid-Limburg en Limburg-Noord. Vanuit de geschiedenis zijn er in grote lijnen drie soorten ambulancediensten ontstaan:

  • Publiek eigendom, via de GGD’s. Waarbij de GGD een regionale samenwerking (“Gemeenschappelijke Regeling – GR”) is van gemeenten in de regio. Dus de gemeenten zijn “eigenaar”.
  • Privaat eigendom via een stichting. Vergelijkbaar met stichtingen zoals die ook eigenaar zijn van ziekenhuizen, zorginstellingen enzovoorts.
  • Commercieel eigendom.


In alle gevallen worden de ambulancedienst helemaal gefinancierd door de zorgverzekeraars. In grote lijnen gaat het ambulancevervoer zowel over planbaar vervoer (bijvoorbeeld mensen van ziekenhuis naar instelling brengen) als over onplanbaar spoedvervoer (ongelukken, spoedsituaties thuis en op straat).
De afgelopen jaren is er vaker vanuit Den Haag geprobeerd om aan regio’s de verplichting op te leggen de ambulancezorg aan te besteden. Dus volop commercialiseren van de ambulancezorg. Uiteindelijk zijn die plannen niet doorgezet, vanwege de weerstand vanuit de ambulancediensten en de volstrekt terechte angst voor chaos en kwaliteitsverlies door aanbestedingsprocedures. Vooralsnog blijft de bestaande situatie per regio dus bestaan.
Zuid-Limburg is een van de 9 regio’s in Nederland waar de Ambulancedienst nog eigendom is van de GGD, dus de 16 Zuid-Limburgse gemeenten. Dit komt voort uit de geschiedenis waarbij in 2006 de toen nog 3 GGD’s (Parkstad, Westelijke Mijnstreek, Maastricht-Heuvelland), met elk een publieke ambulancedienst, gefuseerd zijn. Met dus ook één publieke ambulancedienst voor heel Zuid-Limburg. Hetgeen toen nog uitdrukkelijk geformuleerd werd als een belangrijk onderdeel van de publieke zorg waar de GGD over gaat.

In Limburg-Noord is de Ambulancedienst al lange tijd eigendom van een private stichting.

Het fusievoorstel

Vanuit praktische overwegingen is er onderzocht of en hoe Zuid en Noord beter met elkaar konden samenwerken.

- Er is nu al voor heel Limburg één Meldkamer
- Samenwerking m.b.t. personeel (moeilijk goed opgeleide mensen te krijgen, uitwisseling)
- ICT-samenwerking
- Inkoop/aanbesteding
- enzovoorts

Voor deze punten is het zeer zeker niet persé nodig te fuseren. Een samenwerkingsstructuur voor een groter geheel of op losse onderdelen kan ook.

Er is geen enkele financiële reden om te fuseren, deze wordt door de voorstanders ook niet genoemd. De inkomsten komen volledig voor rekening van de ziektekostenverzekeraars, in grote lijnen is dat ook kostendekkend. Er is zelfs een heel ruime “Reserve Aanvaardbare Kosten” (RAK) opgebouwd met geld van de ziektekostenverzekeraars om tegenvallers in de toekomst op te kunnen vangen. De ziektekostenverzekeraar betaalt, het GGD-bestuur is eindverantwoordelijk voor de besteding (begroting, jaarrekening).

Daarbij komt dat tegenover de beweerdelijke praktische voordelen ook praktische nadelen voor Zuid staan, zoals CAO-kwesties (met name voor ondersteunend personeel), pensioenoverheveling, ontvlechtingsproblemen (de Ambulancedienst betaalt mee aan alle organisatorische kosten van de hele organisatie, die bijdrage valt weg). 

Desondanks is door de stichting in Noord en een grote meerderheid van het bestuur in Zuid al eerder ingezet op een fusiekoers. Waarbij al snel duidelijk werd dat fusie betekent dat beide regio’s oftewel publiek oftewel privaat moesten worden om te kunnen fuseren tot één publieke of private GGD voor heel Limburg. En, dat de private stichting in Noord persé niet publiek wilde worden.

Hetgeen voor dezelfde grote meerderheid in Zuid betekende dat Zuid dus van publiek privaat moest worden om vandaar uit te fuseren.


Waarom moeten we ons hier heftig tegen verzetten?

1) Onze publieke ambulancedienst is een van de allerlaatste restjes publiek bezit in de zorg. Laten we dit laatste restje koesteren en waar mogelijk juist uitbreiden in plaats van weg te geven. 

2) Publiek eigendom gaat niet over de dagelijkse uitvoering door de ambulance-zusters en broeders. Die doen dat met grote vakkennis en toewijding, in Zuid-Limburg. Het GGD-bestuur heeft zich daar terecht ook nooit mee bemoeid. Publiek eigendom gaat wel over de grote, essentiële, lijnen.
Bij privaat eigendom, óók bij goedwillende stichtingen, heeft de democratie uiteindelijk niets te zeggen over de invulling van die grote lijnen, anders dan blaffen aan de zijlijn. Een duidelijk voorbeeld zijn de ontwikkelingen rond ziekenhuizen: fusies, sluitingen, overheveling van functies. De ziekenhuizen beslissen, gemeenteraden kunnen van alles vinden, maar hebben uiteindelijk niets te zeggen.

3) Waar gaat het dan bijvoorbeeld over. Het bestuur van de GGD heeft de afgelopen jaren bijvoorbeeld uitdrukkelijk wel beslist over bijvoorbeeld het aantal uitrukpunten voor Ambulances (de plekken waar de ambulances klaar staan in afwachting van spoedoproepen). Dit nadat bleek dat in sommige gebieden in onze regio het streefgetal van 95% ritten binnen 15 minuten op de spoedplek niet gehaald werd. De uitrukpunten zijn (op kosten ziektekostenverzekeraar!) uitgebreid.

Het beschikbaar stellen van voldoende kwaliteit en omvang van personeel, ambulances, voorzieningen is óók een bestuurlijke verantwoordelijkheid. Een door de ziektekostenverzekeraar gestuurde private stichting biedt grote risico’s. Dat geldt bijvoorbeeld ook voor nog verdere eigendomsontwikkelingen. Onder aanvoering van het GGD-bestuur heeft de Zuid-Limburgse GGD zich de afgelopen jaren nadrukkelijk gekeerd tegen de waanzinnige aanbestedingsplannen uit Den Haag. Een geprivatiseerde stichting kan zonder bemoeienis van de gemeenten wel meegaan met zulke plannen, of zich omvormen tot bijvoorbeeld een geheel gecommercialiseerde ambulancedienst met winstoogmerk.

4) Nu zijn de 16 wethouders van alle gemeenten in het Algemeen Bestuur (en 7 wethouders of burgemeesters in het Dagelijks Bestuur) verantwoordelijk. En elk van hen kan ook door hun eigen gemeenteraad ter verantwoording geroepen worden over het functioneren van de Ambulancedienst (grote lijnen uiteraard).

In een private stichting hebben de gemeenteraden sowieso niets te zeggen over de directeur/bestuurders en óók niet over de Raad van Toezicht. De suggestie “dan komt er een wethouder in de Raad van Toezicht” is geheel inhoudsloos. Immers één wethouder uit 16 gemeenten, over wie de andere 15 niets te zeggen hebben en formeel zelfs de eigen gemeenteraad niet.

De ziektekostenverzekeraars gaan hier de dienst uit maken, zonder enige controle door de gemeenteraden.